Wat zijn de niveaus van lascoördinatie conform ISO 14731?

Wat zijn de niveaus van lascoördinatie conform ISO 14731?

Zodra een metaalbedrijf constructies bouwt die moeten voldoen aan de EN 1090 of de ISO 3834, is de aanstelling van een verantwoordelijk lascoördinator (RWC) wettelijk verplicht. De taken en kwalificaties van deze functionaris zijn internationaal vastgelegd in de norm NEN-EN-ISO 14731.

Een van de meest complexe vraagstukken voor directeurs en QA/QC-managers is: welk niveau van lascoördinatie heeft ons bedrijf nu precies nodig? De ISO 14731 deelt de technische kennis namelijk op in drie verschillende niveaus. Op deze pagina leggen we deze niveaus helder uit, zodat u exact weet welk opleidingsniveau vereist is voor uw projecten.

De 3 niveaus van technische kennis (ISO 14731)

De norm maakt onderscheid tussen drie niveaus van lastechnische kennis, gekoppeld aan internationale diploma's van het IIW (International Institute of Welding):

1. Uitgebreide technische kennis (Comprehensive level)
Dit is het hoogste niveau binnen de lascoördinatie. Een lascoördinator op dit niveau heeft de volledige autoriteit om alle lastechnische beslissingen te nemen, ongeacht de complexiteit, materiaaldikte of het risico van de constructie.

  • Gekoppeld diploma: IWE (International Welding Engineer / Lastechnisch Ingenieur).
  • Wanneer nodig: Onmisbaar bij de hoogste ISO 3834-2 normering, EN 1090 Executieklasse 3 en 4 (zoals bruggen of stadions), zware drukapparatuur (PED) en hooggelegeerde staalsoorten of dikke materialen.

2. Specifieke technische kennis (Specific level)
Dit niveau is bedoeld voor de middelzware industrie. De coördinator mag lasactiviteiten aansturen voor een afgebakende range aan materialen, diktes en standaard constructies.

  • Gekoppeld diploma: IWT (International Welding Technologist / Lastechnisch Technicus).
  • Wanneer nodig: Dit is het meest gekozen niveau voor de reguliere hallenbouw en machinebouw (EN 1090 Executieklasse 2), mits er gewerkt wordt met standaard constructiestaal en binnen afgebakende dikteranges.

3. Basiskennis (Basic level)
Het instapniveau voor eenvoudige lastechnische toepassingen. De bevoegdheden zijn strikt beperkt tot ongecompliceerde constructies en standaard materialen met een beperkte dikte.

  • Gekoppeld diploma: IWS (International Welding Specialist / Meester lasser) of EWP (European Welding Practitioner).
  • Wanneer nodig: Voldoende voor bedrijven die opereren in EN 1090 Executieklasse 1 (eenvoudige schuren, serres) of bedrijven die uitsluitend dun, niet-dragend seriewerk lassen.

Hoe kiest u het juiste niveau voor uw bedrijf?

Welk niveau de auditor van uw certificering eist, is afhankelijk van drie variabelen in uw werkplaats:

  1. De Executieklasse (EXC): Hoe hoger de risicoklasse van de EN 1090, hoe hoger het geëiste RWC-niveau.
  2. De Materiaalgroep: Het lassen van hoogsterktestaal of speciale RVS-legeringen vereist sneller een IWE'er dan standaard constructiestaal.
  3. De Wanddikte: Hoe dikker de platen of pijpen die u last, hoe groter de metallurgische risico's (zoals krimpscheuren), waardoor de norm een hoger kennisniveau voorschrijft.
arcassure-en-3834-laskwaliteit

Flexibele inzet via Externe Lascoördinatie

Heeft u voor een nieuw project plotseling een IWT'er of IWE'er nodig, maar heeft u deze niet fulltime in dienst? ArcAssure biedt de oplossing. Onze poule van gecertificeerde lascoördinatoren beschikt over alle niveaus (IWS, IWT en IWE).

Wij treden op als uw externe lascoördinator. Wij bezoeken periodiek uw werkplaats, stempelen de benodigde documenten af en zorgen dat u bij elke audit perfect gedekt bent, zonder de vaste lasten van een fulltime engineer.

Veelgestelde vragen over de niveaus (FAQ)

  • Mag een IWT'er ook projecten doen die eigenlijk een IWE'er vereisen?
    In principe niet, tenzij er via een specifieke technische matrix kan worden aangetoond dat de IWT'er door jarenlange aantoonbare ervaring met exact dát specifieke product over voldoende 'toegekende' kennis beschikt. Dit moet echter altijd vooraf expliciet door de certificerende instantie (NoBo) worden goedgekeurd.
  • Hoe controleert een auditor het niveau van onze lascoördinator?
    Tijdens de jaarlijkse EN 1090 of ISO 3834 audit voert de auditor een zogeheten 'professional interview' met de lascoördinator. Er worden dan vragen gesteld over lastechniek, normen en metallurgie om te controleren of de coördinator daadwerkelijk over het vereiste kennisniveau beschikt.